5.5.08

Boek: Henna op je huid (Dirk Bracke)


Stekenaar Dirk Bracke is wat je noemt een gevierd jeugdauteur. Met Henna op je huid bewijst hij - nogmaals - dat dat geen toeval is. Het verhaal van de vijftienjarige Touria begint vrij traditioneel als dat van een Marokkaans tienermeisje dat zich moet onderwerpen aan de wil van de mannen in haar familie.


Maar gaandeweg blijkt de uiterlijke en innerlijke verscheurdheid van Touria: moet ze zich kleden zoals haar Vlaamse vriendinnen (met een - kort - rokje en een topje) of moet ze toch maar alles bedekken en haar hoofddoek dragen? Onder die oppervlakkige vragen schuilt een veel diepere: hoe kan ze het beste zichzelf zijn?


Die zoektocht naar zichzelf én naar haar plaats in haar omgeving is verrijkend voor Touria én voor haar omgeving. Bracke slaagt er wonderwel in om het verhaal van het Marokkaanse meisje te vertellen zonder belerend over te komen voor deze of gene strekking. Zijn realistische stijl - op het droge af - nodigt uit tot nadenken over elk standpunt. Al is het einde - zonder in detail te gaan - er misschien toch net iets over. De boodschap is in elk geval aangekomen.


Dirk Bracke, Henna op je huid, Davidsfonds, 2005.

Labels: , , ,

7.4.08

Boek: Problemski Hotel (Dimitri Verhulst)


De achterflapschrijver heeft het over een "uiterst humoristische aanklacht op het scherp van de snede" en gebruikt daarmee wellicht het understatement van de eeuw. Problemski Hotel van Dimitri Verhulst is geen humoristisch boek waarvan je bulderend van het lachen over de vloer rolt. Het is wel een sarkastisch boek. Zo eentje dat behoorlijk blijft nazinderen.

Nochtans is het verhaal van Bipul Masli, de persfotograaf die Verhulst in zijn boek laat opdraven, niet echt wereldschokkend. Niet het verhaal zelf, wel de manier waarop het verteld wordt, grijpt een mens naar de keel. Omdat de zinnen recht uit het hart komen - Verhulst weet waarover hij het heeft, hij verbleef in december 2001 een tijdje in een asielcentrum om de verhalen van de asielzoekers op te tekenen. Omdat de verhalen zo herkenbaar zijn. Omdat je onwillekeurig toch moet lachen om een cynische woordspeling of om een spitse kanttekening bij de soms onbegrijpelijke (Belgische) asielprocedure. Omdat sarkasme een overlevingsstrategie is, net zoals de dagelijkse verkiezing van de "klootzak van de dag".

Verhulst wikt en weegt elk woord. Geen enkel woord is teveel. Geen enkel te weinig. Zelfs het feit dat hij de grap over de penislengte bij onze zwarte medemens twee keer vertelt, heeft wel degelijk zijn betekenis. En bij het stukje dat verwijst naar de titel van het boek, trekt hij nog eens alle registers open: de Lovely Planet's Guide Problemski Hotel. Voor de ultieme survival...

Dimitri Verhulst, Problemski Hotel, Uitgeverij Contact, 2003.

Labels: , , ,

19.3.08

Claus

Als student moest ik Hugo Claus niet erg. Zijn arrogante hooghartigheid en aangeboren rebelsheid without a cause waren mij als tiener en jonge twintiger een doorn in het oog. Pas de laatste tien jaar heb ik begrepen dat het slechts een masker is, waarachter een onzekere man schuilgaat, die maar niet kan omgaan met het ouder worden. In een laatste krampachtige reflex om toch maar de schijn van (zelf)controle op te houden, heeft hij dan maar zelf beslist dat men er een einde mocht aan maken.

Je zult me niet horen zeggen dat Claus geen goeie schrijver was. Maar op zijn minst moet je alles toch een beetje in zijn context plaatsen. Claus heeft vooral heel veel geschreven. Voor iemand met zijn talent zou het dan al flink moeten mislopen, mochten daar geen mooie boeken uit voortkomen. Ik heb dan ook bewondering voor zijn scheppingsdrang en vooral – laten we dat toch niet vergeten – voor de autodidact die hij was.

Hoewel hij zichzelf in de eerste plaats als dichter zag, heeft hij mij met zijn poëzie nauwelijks weten te raken. Zijn Oostakkerse Gedichten vormen de eenzame uitzondering. Zijn andere bundels zijn te gekunsteld, te ver gezocht, te moeilijk. Niet dat ik niet hou van hermetische dichters: Europese grootheden als Paul Celan en Seamus Heaney hebben in mij een welwillende en bereidwillig lezer en luisteraar. En dichter bij huis weet ik mensen als Leonard Nolens of Geert Van Istendael ook wel te waarderen. Niemand heeft mij als dichter echter meer weten te raken dan de veel te vroeg gestorven Herman de Coninck. Buiten categorie.

Van zijn toneelwerk blijven naast de schandaalverhalen enkel Suiker en Een bruid in de morgen bij. De rest is herhaling om het establishment, dat hem overigens al zeer vroeg omarmde, te plezieren.

De romancier Claus heeft – wat men ook moge beweren – internationaal in de verste verte niet de uitstraling van andere notoire vertellers als Thomas Mann of Gabriel Garcia Marquez, twee schrijver die – meer dan verdiend – elk een Nobelprijs mochten ontvangen. Voor mij is niet het quasi onleesbare Verdriet van België, maar zijn wel Belladonna en De Geruchten Claus’ beste romans. Maar ik heb ook betere romans dan dat gelezen, van andere auteurs.

Claus heeft in zijn literatuur geprobeerd om het Vlaams te verheffen tot literaire taal. Wellicht is hij daar niet helemaal in geslaagd, maar hij heeft wel – als enfant terrible van het establishment – het pad geëffend voor anderen om dat wel te doen: Tom Lanoye heeft met zijn Goddelijke trilogie zijn meester in taalvirtuositeit ruimschoots overtroffen.

Het valt moeilijk om enfant terrible te blijven, als je alle (Nederlandstalige) literaire prijzen gewonnen hebt. Dat ondervond ook Claus naarmate hij ouder werd. Hij werd meer en meer een publieke figuur, die te pas en te onpas werd opgevoerd in allerlei media. En de oppergaai – de Nobelprijs voor de Literatuur – werd hem nooit toegekend. Erg is dat niet. Er zijn andere, grotere, betere, schrijvers die de Nobelprijs nooit kregen, maar hem wel verdienden. En als je het dan toch hebt over enfant terrible: qua deugnietachtig enfant terrible zijn heeft de giftige en soms bittere Claus nooit kunnen tippen aan Astrid Lindgren.

Labels: , ,

3.3.08

Boek: Martyn Big (Kevin Brooks)

Net zoals inspecteur De Cock (met C-O-C-K) moet ook het gelijknamige vijftienjarig hoofdpersonage uit Kevin Brooks' eerste roman zichzelf al spellend voorstellen: "Martyn Big. Martyn met een Y en Big met een I en één G."

De situatie van de puber is pijnlijk: moeder is weg en vader drinkt de pannen van het dak. Bij een banale ruzie duwt Martyn zijn vader en die valt ongelukkig. Hij is op slag dood. Wat volgt, is het hallucinante relaas van een zoekende en twijfelende tiener, die door dit ongeval zowaar op het slechte pad dreigt te geraken.

Kevin Brooks, de auteur van al dit fraais, is een relatief nieuwe naam aan het Engelse literaire firmament. Doordat ook hij maar moeilijk zijn manuscript kon slijten bij een uitgever, wordt hij soms wel eens vergeleken met J.K. Rowling. Verder dan dat reikt die vergelijking echter niet, want in niets lijkt de rauwe werkelijkheid uit Martyn Big op het - bij tijd en wijlen weliswaar donkere, maar toch - sprookjesachtige levensverhaal van Harry Potter.

Maar die rauwe realiteit weet Brooks op een geraffineerde manier te mengen met een soort van humor waarop alleen Britten een patent hebben: vooral de stukjes waarin Martyn Big zijn eigen leven mengt met dat van de grote detective-romans, heeft een zeer groot tongue-in-cheek wit-gehalte. Al bij al is Martyn Big een geslaagd tijdsdocument, al weet ik niet of het de tand des tijds zal overleven.

Kevin Brooks, Martyn Big (Eng: Martyn Pig), The Chicken House, 2002.

Labels: , , ,

20.2.08

Het meesterschap van een tovenaar

Ik ben een fan van Harry Potter. Ik zal het maar duidelijk maken nog vóór ik een letter schrijf over het weliswaar voorspelbare (hoewel...), maar daarom niet minder indrukwekkende einde van de zevendelige boekenreeks.

In het laatste deel van de reeks (Harry Potter and the Deathly Hallows - ik verkies de Engelse versie) gaat de nu meerderjarig geworden Harry met zijn beste vrienden Hermione (in de Nederlandse vertaling Hermelien) en Ron op zoek naar de ontbrekende stukken uit de puzzel. Hij zal zo onder meer het graf van zijn ouders bezoeken, geconfronteerd worden met de Deathly Hallows (in Nederlandse vertaling - de relieken van de dood - klinkt de titel lang niet zo dramatisch als in het Engels) en een paar keer ternauwernood ontsnappen aan Voldemort.

Het is jammer dat het boek het laatste exploot is van deze geweldige tovenaar, omdat het wellicht het beste boek in de reeks is. J.K. Rowling geeft blijk van een gerijpt vakmanschap. Ik meen me te herinneren dat ze onlangs in een interview zei dat ze eigenlijk nu pas klaar was om goeie boeken te schrijven. Tja...

Dat meesterschap zie je alleen al in de omvang van de boeken. Hoewel het risicovol is om je boeken van een reeks telkens langer en langer te maken, is dat bij Rowling geen bezwaar. De eerste Harry Potter uit 1997 telt een dikke 300 blz. De laatste is dubbel zo lang, maar ook dubbel zo leuk om te lezen. Rowling kan vertellen, en daar hebben we in deze armzalige tijden best wel nood aan. Als geen ander weet ze uit te weiden over een onooglijk detail dat later in het verhaal doorslaggevend blijkt te zijn. Tegelijk zet ze hier en daar de lezer op het verkeerde been.

In die evolutie zit ook de grote verdienste van J.K. Rowling. Je kunt je vragen stellen bij de enorme hypes van de opeenvolgende boeken, maar Rowling is er door de evolutie in haar schrijverschap toch maar in geslaagd om de laatste tien jaar een nieuwe generatie te leren lezen. En nu maar wachten op de volgende Rowling, in alle betekenissen van het woord. Iets met kabouters of zo?

Labels: , , ,

3.6.07

Wolfgang Hilbig is niet meer

In Berlijn is gisteren Wolfgang Hilbig gestorven. Het zal de meeste lezers van deze blog wellicht ontgaan zijn, maar zelfs VRT-Teletekst vond het de moeite waard om er een pagina aan te wijden.

Hilbig is wellicht één van de belangrijkste nachwendische, dus hedendaagse, (Oost-)Duitse auteurs. Net na de val van muur en de Wiedervereinigung had je in de voormalige DDR een hele batterij schrijvers die dan al (we schrijven begin van de jaren 90) uitgebreid met het communistische verleden probeerden af te rekenen - of toch op zijn minst om dat verleden een plaats te geven. Naast de Bruyn, Maron, Heym en Christa Wolf was de stem van Hilbig een zeer opvallende. Vooral zijn tweede roman, Ich (1993 - in het Nederlands vertaald als Ik), ademt de geladen sfeer uit van de nadagen van het Duitse communistische systeem. Niet alleen de inhoud van de roman (en de vele knipogen naar het geraffineerde Stasi-systeem), ook de barokke taal draagt bij tot het feit dat de roman met vele prijzen werd beloond.

Ik heb Hilbig ontmoet tijdens een auteurslezing op de Antwerpse Boekenbeurs. Het moet in 1994 of 1995 geweest zijn. Ik herinner me vooral nog twee dingen van het (korte) gesprek dat ik toen met hem had:
  1. Hilbig sprak niet zoals hij schreef. Waar hij in zijn proza een zeer verzorgde, uitgepuurde stijl hanteert, sprak hij bijwijlen onverstaanbaar - zelfs voor de Duitstaligen in het publiek, zo vertelden ze mij achteraf.
  2. Voor de petite histoire: de man verhuisde om de 2, 3 jaar. Of dat de laatste tien jaar nog zo was, weet ik niet. Zelf zei hij daarover dat het bijna een "verhuismanie" was.
In elk geval verliest de Duitse literatuursien met Wolfgang Hilbig een zeer kleurrijk en gevierd figuur. In 2002 won hij nog de Georg-Büchner-Preis, de belangrijkste literaire onderscheiding in de Duitstalige wereld. Wolfgang Hilbig werd net geen 66. Hij overleed aan de gevolgen van kanker.

Labels: , ,

23.5.05

De Da Vinci Code

Dit weekend heb ik voor het grootste stuk aan bed doorgebracht. Niet in bed dus, maar wel naast het bed, omdat ons oudste zoontje een beetje ziek was - het gaat intussen weer heelwat beter, dank u.

En wat doet een mens als hij aan een kinderbedje zit (en als die kleine spruit niet boven of op de WC-pot hangt): beetje lezen. Het boek dat al het langst lag te wachten op me: de Da Vinci Code van Dan Brown.

Ik moet zeggen: lang geleden dat ik nog zo'n goeie thriller gelezen heb. Het is een plezier om de - overigens zeer goed gedocumenteerde - passages over de kunstwerken van Da Vinci te lezen. Ik kan me daarenboven ook goed voorstellen dat sommigen gechoqueerd zijn door de inhoud (het grote geheim van de - christelijke - mensheid). Dat geheim zit ook mooi verweven in de uiteindelijke afloop van het verhaal, al is het einde misschien wel enigszins voorspelbaar.

Beklijvende literatuur is het wellicht niet, maar Brown kent zijn vak: van de ene cliff hanger neemt hij de lezer mee naar de andere, al is dat soms op het irritante af. De vooruitwijzingen geven de lezer soms al de oplossing, zonder dat hij het wil (bv. de identiteit van de Grote Leermeester). Maar goed, het zijn kniesoren die daarover vallen. Het boek is goed, de film moeten we nog afwachten (maar kan na het boek eigenlijk enkel tegenvallen).

Labels: